
In het begin van de vierde eeuw na Christus waren de thermencomplexen te klein om nog langer zoveel mensen te voorzien van een bad. Toch waren er een aantal grote complexen, zoals bijvoorbeeld die van Nero op het Marsveld (rond ongeveer 50 na Christus), die van Traianus op de Oppius (rond ongeveer 100 na Christus), die van Carcella op de oostelijk helling van de Aventijn (212-217 na Christus) en nog een aantal kleine complexen.
Met de thermen van Diocletianus werd in 299 na Christus begonnen en in 306 na Christus waren ze klaar. De bouwer is keizer Maximianus. Om dit gebouw zo snel te bouwen hebben er 40.000 dwangarbeiders meegewerkt. Deze arbeiders waren allemaal Christenen. Het was toen het grootste termencomplex in Rome, 370 bij 390 meter groot. Er konden 3000 mensen tegelijk in.
De thermen van Diocletanus bedekte een hele wijk. In het midden van de wijk lag dit termencomplex het was omgeven door een park met veel fonteinen. Het hoofdgebouw van het badhuis lag in een groot gebied van sportvelden dat omgeven was door muren en gebouwen. Eerst kwam je in de voorruimten, daarna bij het grote overdekte zwembad met garderobes, dan het frigidarium met 2 sportvelden en tribunes, dan het tepidarium, het caldarium en het sudatorium.
Door de hitte van het sudatorium kwam al het vuil uit je lichaam en dan werd het eraf geschraapt met een badschraper door een van de slaven. De termen waren heel normaal in de Romeinse tijd het was daar een echte plek om van je rust te genieten. Ook voor een massage of een schoonheidsbehandeling kon je daar terecht. Hieruit kan je opmaken dat de thermen in Rome gebouwd zijn onder het motto: "mens sana in corpore sano" (een gezonde geest in een gezond lichaam).
Enkele andere thermen in Rome zijn: thermen van Decius, thermen van Licinius Sura, thermen van Titus, thermen van Nero, thermen van Agrippa en thermen van Carcella.
De thermen van Diocletianus zijn voor een deel bewaard gebleven in de vorm van een Christelijke kerk: de Santa Maria degli Angeli. Deze kerk werd tussen 1563 en 1566 door Michelangelo gemaakt door de vloeren in het tepidarium en andere ruimtes te verbouwen. Michelangelo restaureerde eigenlijk alleen de bestaande ruimten, zodat de kerk onafgemaakt lijkt te zijn, vergeleken met de andere kerken uit die tijd. Daarna is het in de 16e eeuw nog een keer veranderd door de aanbouw van een kloostergang. Waarschijnlijk is dit gedaan door een leerling van Michelangelo. Daarnaast is toen een gedeelte van het badhuis in beslag genomen en gebruikt als kloostergebouw. In de jaren 1586-1589 werden gedeelten van het badhuis in opdracht van paus Sixtus V zelfs met springstof opgeblazen. Daarna heeft die paus de ruimte gebruikt voor nieuwe gebouwen. Hij zorgde op deze plaats voor een paleis voor zijn zus.
Terug naar de inhoudsopgave van het werkstuk