Het vergeten leger 1946 - 1951
 

 

 

Fred van der Kleij is geboren in 1926. Hij schreef voor jullie deze pagina. Zijn verhaal gaat over de periode tussen 1946 en 1951. In die tijd zat Fred in het Nederlandse leger. Als vrijwilliger was hij chauffeur van de legertroepen en alles dat vervoerd moest worden. Niet in Nederland zelf, maar ver weg in Indië. Indië? Ja, want de Nederlanders hadden al lange tijd Indië ingenomen.

Hier een foto van Fred.

Indië was een kolonie van Nederland. Al honderden jaren. In de tijd van de VOC had Nederland gebieden veroverd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de Japanners Nederlands-Indië van de Nederlanders afgepakt. De Nederlanders die in Indië zaten werden vaak in kampen opgesloten.

En na de Tweede Wereldoorlog probeerde de Indische bevolking meer rechten te krijgen in hun land. Er brak onrust uit op Nederlands-Indië en de regering in Nederland besloot daar iets aan te gaan doen. Het stuurde een leger van Nederlandse soldaten naar Nederlands-Indië.

Fred van der Kleij vertelt:

"Direct na de tweede wereldoorlog moest het gehele Nederlandse leger naar Indië om de Nederlanders te bevrijden van de Japanners. De koloniale bezittingen stonden op het spel, er was grote wanorde op de eilanden in Indonesië.

Veel Nederlanders die al jaren in Indië woonden en werkten, waren nadat de Jappen Indie hadden bezet, uit hun werk gehaald, opgepakt en in kampen opgesloten.
In die periode kregen diverse Indonesische opstandige groepen de kans en probeerden de macht over te nemen. Na de overgave van de Japanners, werden deze groepen actief, waarbij twee belangrijke personen, Soekarno en Hatta, op Java een leger aan het organiseren waren.

De Nederlandse regering stuurde in 1945-1946 de eerste vrijwilligers met onderdelen naar Java (eiland van Indonesië). Maar toen ze daar aankwamen, mochten zij niet aan land. De Engelse troepen die op het moment daar gelegerd waren, lieten onze Hollandse soldaten niet toe. (De Engelsen hadden meegholpen om de Japanners uit Indië te verdrijven)

Daarom moesten de Nederlandse vrijwilligers uitwijken naar andere eilanden. Na veel overleg met de Engelse militairen mochten zij na verloop van tijd toch naar Java terug, in de toen geheten hoofdstad Batavia.

Ook in de andere grote steden gingen zij aan wal, maar mochten weinig doen. Vele problemen deden zich in die tijd voor. De Engelse en Brits-Indische militairen werkten op vele manieren de Nederlandse militairen tegen. Toen deze Engelse eenheden zich terugtrokken, namen de Nederlandse militairen langzaam maar zeker het bestuur in handen. Door die tegenwerking van de Engelsen zaten vele Nederlandse gezinnen nog steeds in de beruchte "Jappenkampen" opgesloten.

De grote steden Batavia, Semarang en Soerabaja werden het eerst bevrijd van ondergedoken ex-Japanners. Deze Japanners werkten samen met een groep uit de Indische bevolking. Er werd geplunderd op de toch al arme bevolking, maar de Nederlandse militairen met de KNIL MILITAIREN (soldaten van de eigen Indische bevolking) begonnen met vele eenheden in de steden te patrouilleren. Daardoor werd het na verloop van tijd vrij rustig in de steden.

In Nederland werden oorlogsvrijwilligers gevraagd om de Nederlanders in Indië te bevrijden of te helpen. Omdat Nederland net was bevrijd van de Duitsers en vele jongens geen werk konden vinden, meldden zij zich als oorlogsvrijwilliger aan.


Posters en pamfletten hingen op in Nederlandse steden.

Na een korte opleiding die zij in Engeland kregen, werden zij meteen ingezet op Java en Sumatra, waar de gebieden rond de steden werd bevrijd van "rampokkers" en zo langzaam de orde weer terug keerde.

De Nederlandse regering merkte dat zij met het kleine aantal vrijwilligers geen orde op zaken kon stellen. Daarom kwam er een wet waarbij alle dienstplichtige soldaten versneld werden opgeroepen om naar Indië te gaan. (Dienstplicht = alle jongens vanaf 18 jaar moesten een jaar in het leger) Ze werden snel opgeleid en er werd gezegd dat men twee jaar "in dienst" moest. Velen zaten daardoor 2 of 3 jaar in Nederlands-Indië.

Angstig om een brief in de bus te vinden om als soldaat te worden opgeroepen doken sommige jongens onder. Ze verstopten zich want zij hadden geen zin om in een vreemd land te moeten vechten. Toch gingen de meesten naar de kazerne, 6 weken duurde de opleiding. Daarna was het wachten op de boot, vier weken duurde de reis op de boot.

Daarna werd je meteen ingezet in het binnenland van Indonesië, met alle gevolgen voor een jong broekie van 18/19 jaar. Nog geen jaar later waren in Indië vele legereenheden bezig de binnenlanden te zuiveren van de ongeregelde eenheden en rampokkers. Langzaam werden deze gebieden "gezuiverd" en moesten vele jonge Hollandse soldaten patrouille lopen door landerijen en natte sawa`s en in veel onherbergzaam gebied.

Er werden eenheden in de binnenlanden gelegerd, vooral in de gevaarlijkste gebieden waar veel onrust heerste, door intensief te patrouilleren hoopte het Nederlandse leger rust en orde te herstellen. Rond de grote steden lukte dit redelijk, maar in de binnenlanden sneuvelde vele Nederlandse jongens. In het leger las je de Koerier, een blaadje voor de militairen. Daar stond iedere maand een lijst van gesneuvelde (gedode) Nederlandse militairen en die lijst werd steeds groter.


Patrouille (wacht) lopen voor "rust en orde".

Voor groepen die in de binnenlanden patrouille liepen werden de spanningen steeds groter. Met een kleine afdeling infanterie werden bruggen dag en nacht bewaakt in schutters putten ( rondom zandzakken voor dekking) en werden zij door andere jongens afgelost. Deze kwamen van het hoofdkamp, van waaruit soms bij andere punten bewaking aanwezig moest zijn. Vooral 's nachts hadden zij het veelal moeilijk als er een overval plaatsvond. Veel jongens zijn op deze manier door deze nachtelijke aanvallen overleden, vooral als de gevraagde versterking werd opgehouden en onderweg naar de post op een mijn liep.

De eerste militaire actie volgde in 1947 het werd actie "Product" genoemd, grote delen van Java en Sumatra werden door de Nederlandse soldaten bezet. Intussen werden steeds meer Nederlandse militairen opgeroepen, afgericht en versneld naar de tropen (Indonesië) gebracht. Het was een kleine armada geworden: troepentransportschepen die tijdens de wereld oorlog waren gebruikt, werden nu ingezet om Hollandse jongens snel naar Indië te brengen.

Met een Jaar was het gehele Nederlandse leger actief op de eilanden om de orde en rust te herstellen, met de KNIL-soldaten (eigen bevolking) werden vele patrouilles gelopen. Het bleek voor de 130.000 militairen een zeer zware opgave om de gezuiverde gebieden rustig te houden ( Java vier maal zo groot als Nederland) mede doordat benden rampokkers (rovenden en stelenden) steeds heen en weer trokken uit de nog ongezuiverde gebieden. Acties van Australië en Amerika om versneld Indonesië over te dragen aan Soekarno liepen op niets uit.

Wij hoorden dat een tweede actie in voorbereiding was en wij moesten ons gereed maken om de ongezuiverde gebieden te bezetten. Alles was in rep en roer, vele troepen verplaatsingen werden gedaan, tot het sein kwam van de aanval.
Tijdens de tweede actie was er geen weerstand, de T.N.I. (Tentara Nationaal Indonesië) hield zich schuil. Later toen een groot gebied was ingenomen kwam de T.N.I. met hun ongeregelde benden in actie en werden dikwijls jongens door snijpers doodgeschoten, vanuit hoge bomen die dicht waren begroeid, of vanachter een berg.


foto's van de tweede actie op Java. Je moest uitkijken dat je niet in een gat reed met de auto.

Ook werden tijdens de opmars trekbommen in het wegdek geplaatst, met een lang touw kwam de bom tot ontploffing waar zij in het veld aan trokken. Als chauffeur zagen wij dit niet, vooral toen de wegen nog gaaf waren, vele auto`s liepen in het begin op zo`n trekbom, dikwijls moesten zij het met de dood bekopen.


Trekbom onder het wegdek verstopt.

In het militaire blaadje van de wapenbroeders werd de lijst steeds groter van gesneuvelde jongens. Jongens van maar net 20 jaar oud, nog maar net van moeders pappot weg naar een vreemd lang waar vele jongens geheel geen trek in hadden. Door een wet die door de ministers was veranderd, stierven er in die tropenjaren 6200 gezonde Nederlandse militairen. Als je vraagt waarom ze vochten, wisten de meeste van deze jongens niet de echte reden aan te geven....


De commandant spreekt hier tijdens een begrafenis van een gedode soldaat

Wel hebben wij als A.A.T. met ongeveer 12 drietonners een lading technische onderdelen vanuit het binnenland naar de haven vervoerd. De geschatte waarde van dit transport was toen 8 miljoen Guldens (meer dan 3.600.000 Euro), de waarde nu zou vele malen hoger zijn.

Later moesten wij vanuit de binnenlanden bij de stad Solo iedere dag met drie ton rietsuiker naar Semarang. Ik spreek van iedere dag met lange konvooien, waarbij beveiliging voor en achter het konvooi aanwezig was. Tevens liep er infanterie (grondtroepen) in het veld om de trekbommen te lokaliseren (vinden). Er zijn toen jongens gesneuveld voor suiker. Op het laatst zaten vele militairen dronken achter het stuur om hun zenuwen te onderdrukken, vele melden zich ziek, om maar niet achter het stuur te hoeven kruipen. Het waren spannende maanden.


Het was niet gemakkelijk om je vijand te vervoeren.

Kort na de tweede actie rommelde het van de berichten, er gingen geruchten rond dat binnen niet al te lange tijd wij alles aan de T.N.I. (Tentara Nationaal Indonesië) moesten overdragen: het was waarheid... In Linkadjattie (Java) werd een akkoord getekend, er brak voor ons een beroerde tijd aan. Wij, als soldaten die drie jaar tegen de T.N.I. hadden gevochten, moesten nu de vijand zelfs gaan helpen.


Na een tijdje waren de rollen omgekeerd en moesten wij de vijand helpen.

Boos, nee woest waren wij toen de eerste opdrachten binnen kwamen om diverse T.N.I. onderdelen te vervoeren, Wij kregen onze drie tonners vol met deze zwarthemden, knarsetandend hebben wij ze vervoerd, menig vloek en schelden (sorry) kwam over onze lippen. Het enige waar wij toen nog aan dachten was zo snel mogelijk naar huis. Als rijdend onderdeel kunnen ze iedere chauffeur overal inzetten. De vele posten in het binnenland moesten worden overgedragen aan de T.N.I.

Bij het verlaten van hun kamp waar veel was gevochten, is menig traantje gevallen. Je kunt je voorstellen wat dat betekent voor de groep jonge soldaten, die door de eenzaamheid in berggebied veel hebben moeten patrouilleren om er rust en orde te brengen. Tot op de laatste dag bij diverse onderdelen sneuvelden er Nederlandse jongens... om dan een paar dagen later te horen dat alles was overgedragen aan Soekarno en Hatta.

Na de binnenlandse militaire overdrachten moesten wij terug naar de grote steden om per eenheid, via Batavia op boot huiswaarts te keren. In een wat later stadium moesten alle groepen soldaten hun wapens inleveren, dat betekende dat op een gegeven ogenblik de T.N.I. ons begon te provoceren (uit te dagen)

Groot gejuich ging op toen we de datum hoorde van onze commandant voor de terugreis naar Nederland. Eerst gingen we naar Batavia of Soerabaja, de grote havenplaatsen, waar wij in een kamp werden ondergebracht. De voorzieningen waren daar gewoon slecht, de legerleiding zal wel gedacht hebben: het is maar voor een paar dagen. Er klonk gejuich toen wij naar de haven werden gebracht. Aan boord brak de spanning snel, tranen werden gelaten om je makkers die je nu moest achterlaten terwijl wij het voorrecht (geluk) hadden om weer naar huis terug te gaan.

Drie, vier weken duurde de bootreis.

in Holland stonden soms de ouders al bij de sluizen om een glimp op te vangen. Even later was het debarkeren (aan wal gaan). Sober (zonder een goede ontvangst) was de ontvangst en begeleiding, maar wij waren blij terug te zijn, met bussen die door geheel Nederland reden werden de jongens voor de deur afgezet, het verhaal was uit, punt uit.

Thuisgekomen was het geweldig, de voorgevel versierd, de gehele familie was aanwezig.

Mijn oudste en jongste broer op de uitkijk, wachtend op mijn thuiskomst.

Die wilde wel het één en ander horen van drie jaar tropen. Wij waren stil, stil en keken rond in dat kleine kamertje vol met familie. Alles kwam op je af en je voelde je na die verschrikkelijke dingen niet op je plek. Wij, de groep Nederlanders die het meegemaakt hebben, bleven stil.

En dat zijn we eigenlijk tot nu gebleven. Voor iedere maand in Indie kregen wij 10 guldens, het sprookje was uit. Op een arbeidsbureau moest je je laten inschrijven voor werk, wat dikwijls op niks uitliep. De vrijheid van handelen als militair en de grote ruimte in de natuur... Vele jongens moesten weer wennen hoe het in Nederland was. En je oude werkgever (baas) moest je terugnemen...

Tijd om te denken kregen wij niet, het was aanpakken, Nederland moest op de schop. (Opnieuw opgebouwd worden na de Tweede Wereldoorlog)

Het zal nog maar een paar jaren zijn en dan is er geen Nederlander meer die het heeft meegemaakt. Vandaar deze website: om te zorgen dat iedereen dit verhaal aan zijn kleinkind vertelt.

Met dit verhaal wil ik aangeven dat alles wat wij met 130.000 soldaten moesten doen, het meeste in de doofpot is verdwenen. (verzwegen) Een leerling journaliste Charlotte Broersma vroeg in 1997 of zij mij mocht ondervragen over deze periode, het is uitgewerkt in een scriptie en wordt bewaard voor het nageslacht op de Universiteit in Groningen, op verzoek van een Docent aldaar.

Willen jullie op deze website reageren, door middel van vragen, dit is mogelijk: stuur mij en e-mail, en je krijgt antwoord terug.

Je kunt ook vragen aan je juf/meester of leraar wat hij/zij weet van deze periode."

Fred van der Kleij: fredkleij@keyaccess.nl