OPDRACHTEN BIJ : DE JODEN IN NEDERLAND (1940 - 1945)
1. Lees dit gedicht en geef antwoord op de volgende vraag:
Over wie gaat dit gedicht waarschijnlijk ? Hoe weet je dat ?
Aardrijkskunde
Zij had een onvoldoende
voor aardrijkskunde
die laatste dag
maar wist een week later
precies waar Treblinka lag
heel even maar.
2. Lees onderstaand gedicht. Over welke "vlinder" gaat het hier ?
Vlinder
Zij draagt een vlinder
op haar jurk
die niet meer fladderen kan
felgeel en er staan letters op
die ze niet lezen kan
het hoe, waarom, begrijpt ze niet
ze kan er niet naar vragen
ze is 6 jaar nu en ze moet
haar eigen vlinder dragen
eens komt ze vrij
ze zal dan ruw
die gele ster afrukken
misschien gaat ze dan
heel blij
een paardenbloempje
plukken
3. Lees het gedicht en vertel wat je van dit korte gedicht vindt.
Uitverkoop
duizend brillen
duizend schoenen
duizend pruiken
op een hoop
in Auswitz
houdt het leven
uitverkoop
4. Lees dit verhaal :
Verzamelplaats van joden in de Hollandse Schouwburg, 1942 in Amsterdam.
In augustus 1942 werd de Hollandse Schouwburg in Amsterdam in gebruik genomen als verzamelplaats voor joden, die gedeporteerd (weggevoerd) zouden worden. Hier verbleven ze tot hun namen werden omgeroepen voor transport. Kinderen tot 12 jaar werden ondergebracht in een creche, tegenover de Schouwburg. Lydia van Nobelen woonde er vlakbij. Ze had een joods vriendinnetje (Greetje Velleman) die daar op een dag ook werd gebracht. Lydia vertelt daarover :
"De Duitsers begonnen op 10 januari 1941 met de registratie van alle joden. Ze werden opgeroepen en ze moesten zich melden. Als ze niet zelf kwamen, werden ze van huis gehaald. De Amsterdamse joden werden grotendeels naar de Hollandse Schouwburg gebracht. In deze Schouwburg, die vanaf 1942 de Joodse Schouwburg werd genoemd, verbleven de joden totdat ze naar kamp Westerbork werden getransporteerd. Sommigen waren er maar een paar uur, anderen dagenlang tot soms enkele weken. In de Hollandse Schouwburg mochten de gezinnen eerst bij elkaar blijven. Later werd dat anders. Stapje voor stapje werden de Duitse maatregelen onmenselijker. Na het verblijf in de Schouwburg, moesten de joden met de tram naar het station. Daarna per trein naar Westerbork. Achter de Schouwburg was een binnenplaats. Daar was het meestal erg druk. De mensen zaten in het zonnetje en via een schutting gingen ze zelfs (dat kon alleen in het begin) even naar de overkant om een augurk of uitjes in het zuur te kopen. Ze gingen rustig met dat zuur weer terug. Ze waren zich er blijkbaar niet van bewust dat de Schouwburg de eerste halte naar hun ondergang was. Maar aan de andere kant : er waren nauwelijks onderduikadressen. Waar moesten ze naar toe ? In het begin waren er in de Schouwburg geen Duitsers ; alles werd geregeld door de leden van de Joodse Raad en de Nederlandse politie. Ik heb foto's gemaakt van mijn vriendin Greetje op die binnenplaats, ook wel van andere mensen. Op een dag was Greetje er niet meer. Weg uit de Schouwburg. Spoorloos verdwenen, alsof ze nooit had bestaan. In Sobibor is ze vergast, mijn vriendinnetje Greetje."

De Hollandse Schouwburg is nu een gedenkplaats.

Deze foto maakte Lydia van Nobelen vanuit het raam van haar huis. Het meisje
met de witte sokken op de voorgrond is haar vriendin Greetje Velleman.
5. Joodse onderduikers, 1943 - 1945, te Nieuw-Vennep.
Halverwege de lange IJweg in Nieuw-Vennep staan 2 landarbeidershuisjes onder één dak. G. Kuipers vertelt :
" In het rechterhuisje zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog joodse onderduikers
onder de vloer. Ruim 2 jaar lang verbleven zij in 2 eigenhandig uitgegraven
vertrekken onder de vloer van de woonkamer. Door een luik konden ze in een
stenen gangetje komen. Ze hebben het met emmertjes zand uitgehold. Die ruimte
is er nog. Het kleine huis bestaat uit een kamer, een keukentje, een zoldertje
en een uitbouw aan de achterzijde. In de oorlog woonde hier Ant en Sam Breijer
met hun 6 kinderen. Begin 1943 trokken de eerste van de in totaal 10 joodse
onderduikers bij hen in. Hun leeftijd varieerde van 8 tot 61 jaar. Sieny Cohen:
"We lagen in het stro, zitten kon niet, de kleder was maar 75 cm hoog.
Eerst gingen we alleen 's nachts in de kelder, later kwamen we er niet meer
uit. Alleen om even rechtop te staan en ons te wassen. We konden het stro
alleen verversen als de varkens vers stro kregen, anders viel het te veel
op, al dat vuile stro. Dat is in al die tijd 2 of 3 keer gebeurd. Weet je
waaraan je dacht, de hele dag ? Wanneer we bevrijd zouden worden, en wat er
met de familie was gebeurd. Dat was het enige waaraan je kon denken. Zeven
keer is er een overval gedaan, maar bij huiszoekingen hebben de Duitsers niets
gevonden. Eén maal ontdekte zij het gangetje onder de vloer."
Ant Breijer : "Het was verraden werk. We hadden 's middags net gegeten,
de onderduikers in de kamer en wij in de keuken. Nu moet ik eerst vertellen
dat Ome Henk de taak op zich had genomen van uitkijken. Er kwam geen muis
binnen zonder gezien te zijn. En precies op het moment dat Sam de bijbel pakte,
riep Ome Henk : "SICHERHEITSDIENST !" Holderdebolder, alles weg.
Ze liepen regelrecht naar het opklapbed en rukten de roetjes met gordijnen
eraf. Eén Duitser ging de kelder in met een knijpkat (lamp die licht
gaf als je erin kneep) en bevoelde de stenen plavuizen of er niet één
los lag. Ik zag zijn hielen door het gat verdwijnen en mijn hart stond stil."
De onderduikers werden niet gevonden en na december 1944 is er geen overval
meer gedaan op het huis van de Breijers. Chellie Paardekoper vertelt op 5
mei 1945 : "We wilden natuurlijk allemaal meteen naar buiten."
"Nee", zei tante Ant, "Jullie blijven in de kelder tot 8 uur."
En daar gingen we, achter elkaar op onze knieën, voor de laatste keer.
Precies om 8 uur gingen we naar buiten, Ome Henk met de vlag voorop. Wij strompelden
er achteraan. We hadden last van onze knieën van het vele kruipen. De
buren stonden allemaal op de weg, ze wisten niet wat ze zagen : "Kijk
's , Oh !" En hardop begonnen ze te tellen : "1,2,3,4,5...tot 11
toe." Ze waren stomverbaasd dat ze daar nooit iets van hadden gemerkt.
De elfde onderduiker was de zoon van de familie Breijer zelf.


Wie nu het kleine landarbeidershuisje binnentreedt, kan zich niet voorstellen, dat daar eens 18 mensen hebben gewoond. De huidige bewoner G. Kuipers laat het raam zien waarachter de oudste onderduiker Sally Cohen, in de oorlog "Ome Henk", zijn vaste uitkijkpost had.
Opdracht:
Zoek zelf een onderduikverhaal. Je kunt misschien op school een onderduikkrant maken, met allerlei verhalen. Of zet ze op het internet.
6. Geef een naam voor dit gedicht.
Wees stil,
want niemand
mag je horen.
Wees stil
ondergedoken kind
Je naam, je huis
heb je verloren
Zorg, dat men niet
je lichaam vindt.
uit: Vijf en dertig tranen
door Ida Vos en Han Verhaar.
7. Hieronder staat een tabel. Daar kun je aflezen hoeveel procent de joodse slachtoffers in alle landen waren. Kijk er goed naar en beantwoordt de volgende vraag :
Leg uit waarom Italë een vreemd laag percentage joodse slachtoffers
heeft.
In welk land zijn bijna alle joden omgekomen ?
