OPDRACHTEN BIJ : DE TWEEDE WERELDOORLOG IN NEDERLAND

 

1. Opzoekopdracht :

Probeer eens op te zoeken waarom de februaristaking uitbrak in 1941. Wat was er gebeurd ? Waarom ging een aantal Nederlanders in staking tegen de Duitsers ?

Tip : Zoek in een encyclopedie bij : "februaristaking" of "dokwerker".

2. Opzoekopdracht :

De arbeidsinzet (arbeitseinsatz) verplichtte veel Nederlanders en Belgen tot het werken in Duitse fabrieken. Probeer er eens achter te komen hoeveel mensen (Nederlanders of Belgen) deze arbeidsinzet gedaan hebben.

3. Laatste opzoekopdracht :

Het Nederlandse kamp "Westerbork" werd gebruikt als doorvoerstation. Probeer er eens achter te komen hoeveel treinen er vanuit Westerbork vertrokken zijn en naar welke concentratiekampen de meeste treinen naar toe gingen.

4. Gedicht.

Dachten, denken , herdenken

We dachten : het zal niet zo'n vaart lopen, toen over de grens 't fascisme aan de macht kwam.
We dachten : ons zal het wel voorbijgaan, toen elders in Europa de laarzen opmarcheerden.
We dachten : zo lang kan dit niet duren, toen Nederland bezet werd.
We dachten : gruwelijk kan het nooit worden, in een tijd van beschaving.
We dachten : dat we het niet wisten toen we de rijen zagen, de trein die reed naar het Oosten.
We dachten : dit bestaat niet, toen we van Auschwitz hoorden.
We dachten : nu zijn we bevrijd van oorlog en terreur, maar niet van het verleden.
We dachten : de tijd heelt alle wonden, maar de wonden werden dieper.
We dachten : nu weten we wel beter, dit kan nooit weer gebeuren, want nu zijn we gewaarschuwd.

We denken : het gebeurt niet, terwijl het weer gebeurt in verre landen.
We denken : het zal zo'n vaart niet lopen, nu, over de grens.
We denken : eens zal het wel voorbij gaan.
Waarom denken we eigenlijk ?
Waarom herdenken we eigenlijk ?
Zij die, miljoenen in getal,
systematisch, onder onze ogen, de dood tegemoet gingen, vermoord, vergast, verbrand
Zij die toen anders dachten, de misdaad onderkenden, er niet mee konden leven, in verzet kwamen
en de hoogste prijs betaalden : hun leven.
Hen herdenken wij vanavond.
Maar herkennen wij ook de lessen, die zij ons geleerd hebben ?

Als het antwoord "ja" is, dan denken we nooit meer : "Het zal zo'n vaart niet lopen."
Dan zorgen wij ervoor, dat het zo'n vaart niet loopt.
Dan houden we het tegen.
Dan herdenken wij, vastbesloten
in waakzaamheid.

uit : (Een van de vele teksten uit het Handboek Nationaal Comité 4 en 5 mei, Amsterdam, 1991, p. 73)

5. Boodschapster van het verzet, 1944. Het verhaal van Toos Flier....

Lees dit onderstaande verhaal.

In het Noorder Dierenpark te Emmen ontstond tijdens de Tweede Wereldoorlog een bijzondere situatie. In het grote huis rechts van de ingang was gedurende enige tijd het hoofdkwartier van de Duitse oppperbevelhebber (Christiansen) gevestigd. Tegelijkertijd zaten midden in het park verzetsmensen ondergedoken.

De Emmener verzetsman L. Flier hield zich in geval van nood verborgen op de zolder boven de "Wilde dieren galerij". Zijn 16-jarige dochter kwam dagelijks bij haar vader om spullen te brengen en informatie uit te wisselen. Bijna 45 jaar na de oorlog vertelde Toos hoe ze bij het verzet betrokken raakte :

"De volgorde van alles wat er in 1944 gebeurde weet ik niet meer. Wel weet ik dat pappa mij steeds meer toevertrouwde, papieren en geld. Ook liet hij mij bonkaarten rondbrengen. Ik fietste overal heen. Op mijn lichaam werden ook vaak dingen verborgen. Ik was trouwens ook veel op pad om eten te halen, vooral de laatste winter, toen pappa helemaal weg was, zette ik pappa's werk zoveel mogelijk door. Maar het gezin moest ook verzorgd worden en mijn moeder kreeg in januari 1945 nog een kind. In het begin van de winter van 1944 verdween pappa. De huiszoekingen werden te erg. De dag na een huiszoeking kwam de heer Oosting, de directeur van het Noorder Dierenpark bij ons thuis aan de deur.
Hij zei tegen moeder : "Mevrouw Flier, u kunt mensen in mijn park brengen, het is bij u thuis niet meer veilig." Het dierenpark lag schuin tegenover ons huis en meneer Oosting had blijkbaar gezien dat wij thuis mensen verborgen. In het park zaten toen ook al 2 onderduikers. Vanaf de dag dat mijn vader daar ondergedoken zat, ging ik iedere avond als het donker was naar het dierenpark. Door een dichtbebost stukje privé-tuin van de familie Oosting kon ik in het park komen. Na de oorlog zag ik dat er een paadje liep, recht erdoor heen, maar ik had mijn eigen pad gecreëerd in het donker. In het park gekomen liep ik naar het vogelhuis, waar de onderduikers een kamertje hadden. De bekende kloppen op de deur en pappa deed open. ' s Nachts sliepen ze boven de leeuwen op een hooizolder. Dat was ook de schuilplaats als er overdag iets zou gebeuren. Het park was in die tijd 's winters gesloten. Mijn geluk was dat ik er jong uit zag en niet erg opviel en overal langs en onderdoor kon. Het geld en de bonkaarten, alles moest zoveel mogelijk doorgaan en je praatte er zo min mogelijk over. Nadat de opperbevelhebber Christiansen het huis van de familie Oosting in beslag nam, nam ik een andere route om naar het park te gaan. Ik ging vanaf toen altijd door de Sterrenkamp, door de tuin van postbode Hilbrands. Daar was een gat in de heg en zo kwam ik in het park uit achter de huidige kinderboerderij. Op een dag werd het park door de Duitsers omsingeld. Toen ben ik heel erg bang geworden. De boekhouder van het dierenpark heeft pappa die dag in het grote restaurant verstopt. 's Avonds is pappa eruit gehaald, verkleed als postbode. Onze hele familie is daarna ondergedoken, op verschillende adressen. En we zijn heelhuids die tijd doorgekomen."
.
Bij de bovenramen aan de voorkant sliepen de onderduikers uit het Noorder Dierenpark. Overdag werkten ze als dierenverzorger gekleed. Op de zolder van het roofdierenhuis stonden allemaal vierkante hooibalen in een doolhof opgesteld. Via een luik konden de onderduikers zich in geval van nood naast de olifant laten vallen.

Vraag over dit stukje :

Waarom is het slim dat de pappa van Toos zich verschuilde in een roodierenhuis, vlakbij de Duitse opperbevelhebber ?

 

6. Lees dit stukje over schoolverzet, 1941 - 1942 in Arnhem.

De heer Caspers was in die tijd directeur van de school. Hij vertelde het volgende verhaal :

"In 1941 - 1942 werd een felle strijd gevoerd voor de vrijheid van onze eigen christelijke "Van Löben Selsschool" De moeilijkheden begonnen allereerst met de heer Veenstra, eerste onderwijzer aan de school. In april 1941 deelde hij op school mee districtsvertegenwoordiger te worden van het opvoedersgilde (Een NSB-organisatie). Hij ging langs de deuren in de stad en maakte reclame voor het NSB-blad "Volk en vaderland". Hij trad toe tot de NSB. Het bestuur van de school vroeg aan Veenstra hoe hij dacht de Nationaal-Socialistische ideeën in overeenstemming te kunnen brengen met de christelijke ideeën van de Van Löben Selsschool. Veenstra vertelde dit meteen door aan de Duitse bezetter. Veenstra bleef op de school werken, maar de spanning groeide met de dag.

Op 12 november schreef Veenstra op zijn schoolbord : "Met Duitsland tegen het communisme". Ik heb met hem daarover gesproken en hem er nogmaals op gewezen dat we hadden afgesproken geen politiek binnen de muren van het schoolgebouw te brengen. Ook dit gesprek werd door Veenstra gemeld bij de Duitse bezetter. Daardoor arresteerde de Sicherheitsdienst mij op 27 november. Veenstra, die plaatsvervangend directeur was, wilde de leiding van de school overnemen. Het schoolbestuur wilde dit niet en benoemde een andere plaatsvervanger voor mij. Veenstra bedreigde het schoolbestuur. Op zaterdag 31 januari 1942 werd Veenstra door het bestuur geschorst. De maandag erna kwam hij toch op school en weigerde te vertrekken. Het bestuur nam vervolgens bij gebrek aan andere middelen de ingrijpende beslissing de school te sluiten. De andere leerkrachten waren het er mee eens. Twee bestuursleden werden door de Duitsers aangesproken. Er werd geëist meteen de schorsing van Veenstra terug te nemen en de school opnieuw te openen. Maar het bestuur bleef volhouden. Enkele dagen later, op 3 februari, arresteerde de SD (Sicherheitsdienst) de 2 bestuursleden ! Het bestuur werd door de Duitsers afgezet en er kwam een plaatsvervangende persoon die het nieuwe bestuur moest vormen. De ouders hielden uit protest de kinderen thuis. De leerkrachten werden in april 1942 ontslagen. Een landelijke steunactie zorgde ervoor, dat alle meesters en juffen hun salaris toch nog kregen. Ondertussen kregen de leerlingen thuis les. De heer Veenstra werd overgeplaatst naar een andere school. Op 1 augustus van dat jaar volgde de officiële opheffing van de school. Op 1 september in 1945 werden de lessen onder het oude bestuur weer hervat."




Deze school, de Van Löben Selsschool in Arnhem, zorgde ervoor dat de kinderen geen nazi-ideeën hoorden. De school wordt nog altijd gebruikt voor het christelijk basisonderwijs.

7. Het volgende stukje gebeurde in het dorpje Putten, in 1945.

In de nacht van zaterdag 30 september op zondag 1 oktober 1944 werd bij de Oldenallerbrug tussen Nijkerk en Putten door 8 verzetsmensen een Duitse militaire auto beschoten. Twee officieren raakten gewond, van wie 1 later stierf ; 2 korporaals wisten te ontsnappen. De vergeldingsmaatregelen (wraakacties) van de Duitse bezetters waren verschrikkelijk. In een grote razzia (het zo maar oppakken van mensen) pakten ze 660 mannen, merendeels mannen uit Putten tussen de 18 en 50 jaar, en brachten hen bijeen in de school en de Grote Kerk van Putten.

Gertie Evenhuis heeft later het verhaal van haar tante gehoord :

"Wij wisten niets. Buiten mocht je niet, van tijd tot tijd hoorden we schoten. Toen is bekend gemaakt dat Putten zou worden platgebrand. Dat vrouwen en kinderen wegmoesten. Ik nam een platte wagen en 2 paarden, legde wat kleding, eten en het belangrijkste erop, mijn kleine meisjes erin. Zo trokken we het dorp uit. Met anderen wachtten we gespannen af wat er met Putten zou gebeuren. Tegen de maanverlichte hemel zagen we toen het ene huis na het andere als een fakkel de lucht in gaan. 94 Huizen zijn zo in vlammen opgegaan. Toen we terugtrokken zat het hotel nog vol met Duitsers. Niets wisten we van onze mannen. Het was toen maandagmorgen. Nog altijd zaten ze in de kerk en in de school. Toen, maandagmiddag, hoorde ik geluiden op straat. Ik keek door een kier van de verduisteringsgordijnen, aan de overkant kon je de kerk immers zien. Ach, het waren onze mannen die daar gingen. Rijen van 5, groepen van 100, zo gingen ze. Velen droegen klompen die klotsten op de straatstenen. Het was een vreselijk geluid. Aan alle kanten liepen Duitsers met geweren in de aanslag. En toen zag ik mijn man, de vader van mijn kleine meisjes. Hij liep in één van de allerlaatste rijen op weg naar het station. Ik heb hem nooit teruggezien."

De mannen van Putten zijn weggevoerd. Eerst naar het kamp Amersfoort, later naar het concentratiekamp "Neuengamme" in Duitsland. Het drama van Putten kostte aan 552 mannen het leven. Een gebeeldhouwde vrouwenfiguur in de dorpsstraat van Putten staat symbool voor de weduwen van dit dorp. Aan de Nederlands Hervormde Kerk is een steen ter nagedachtenis aan de slachtoffers bevestigd.

De Grote Kerk aan het Kerkplein in Putten.

Vraag :

Waarom wordt Putten ook wel het "weduwedorp" genoemd ?

 

8. Fotovraag. Bekijk de onderstaande foto. In welk jaar is deze foto gemaakt ? Waaraan kun je dat zien ?

9. Lees dit gedicht. Het is gemaakt door Annie M.G. Schmidt. Waarom zou zij dit gedicht geschreven hebben ?

Niks aan de hand

Niks aan de hand
wat zou d'r kunnen zijn
in het Nederland
van minister Colijn ?
we zijn neutraal
altijd geweest
't is hier één fijn ideaal kolossaal
oranjefeest
we drinken thee
bij de radio
bij de NCRV
en de KRO
wie doet ons wat ?
d'r gebeurt ons niets
we hebben toch de waterlinie en 'n
kazemat
en een leger op de fiets
Colijn zegt het zelf
niemand die ons iets maakt,
niets wat ons raakt
ga maar rustig slapen
de regering waakt.

In het land van Sinterklaas
suikergoed en marsepein
onze naam is haas
net doen of we d'r niet zijn.

Niets aan de hand
geen centje pijn
alle koppen in het zand
net doen of we d'r niet zijn.

Maar tactvol wezen
en aardig zijn
voor die gevaarlijke gek
dat krankzinnige brein
daarginds in Berlijn.

10. Deze vraag gaat ook over het bovenstaande gedicht.

In het gedicht wordt minister Colijn genoemd. Deze man is belangrijk geweest in de jaren tijdens de oorlog en daarvoor. Probeer meer over hem te weten te komen.

 

11. Hieronder staat een tabel over de prijzen van veel producten in de periode 1944-1945.

Hoeveel kostte 50 gram shag (om sigaretten mee te draaien) op 15 december 1944 ? ......
Hoeveel kostte dezelfde hoeveelheid shag 2 maanden later ? ............

De gegevens uit deze tabel zijn gemaakt door een N.C.W. Verkleij. Hij leefde tijdens de hongerwinter in Alphen aan den Rijn. Denk je dat de stad Alphen aan den Rijn veel geleden heeft tijdens de hongerwinter ? Waarom denk je dat ?

12. Probeer er eens achter te komen hoveel een kilo suiker nu kost en kijk dan eens in de tabel hierboven. Wat valt je op ???