1. Welke belangrijke nieuwe dingen hebben de Romeinen in ons land gebracht ?
2. Zoekopdracht : Kijk in het algemene gedeelte en noem tenminste 4 volken die rond 600 voor Christus in het huidige "Italië" waren.
3. Waarom hebben de Romeinen niet geheel Nederland veroverd ?
4. Vertel de legende rond Romulus & Remus.
5. Door wie werd de Romeinse Republiek bestuurd ? kies het goede antwoord:
a. een keizer
b. een koning
c. door plebejers
d. door de senaat.
6. Welk gebied (land) had Julius
Caesar met zijn legers veroverd ?
6b. Noem de negende maand van de kalender van Julius Caesar.
6c. Welke 2 Nederlandse woorden zijn afgeleid van de naam "Julius Caesar"
?
7. Welke andere naam had keizer Octavianus ?
8. Probeer jouw naam (of een andere naam) in het Latijn te zetten. Kijk nog eens in het algemene gedeelte voor de letters.
9. Tel deze getallen op :
XVII + LIV + XXIX = ......... Wat is het Latijnse antwoord ?
10. Reken de waarden van de munten uit. (Kijk nog even naar het algemene gedeelte.)
* 5 sestertius = ..... as
* 1 aureus = ..... sestertius
* 8 dupondius = .... denarius
11. Leg de verschillen uit tussen de legioenen en de hulptroepen van het Romeinse leger.
12. Leg in het kort uit hoe de legioenen waren onderverdeeld (georganiseerd)
13. Het was niet verplicht om in het Romeinse leger te gaan . Waarom gingen veel Romeinen toch het leger in ?

Vragen die horen bij : de maatschappij
15. Op welke letter eindigde de meeste Romeinse meisjesnamen ?
16. Noem 2 bijzondere rechten van de Pater Familias.
17. Wat zijn thermen ? Waarom gingen veel Romeinen hier naar toe ?
18. Hieronder staan zinnen. Zet erachter "waar" of niet waar".
a. Het Colosseum is een
amfitheater. ...........................
b. Er konden 100.000 mensen in het Colosseum. ......................
c. Veel Romeinen waren gladiatoren. .....................
d. Er werden soms mensen gedood in een amfitheater. ........................
e. Het Circus Maximus is gebouwd voor races met wagenmenners. ..................
f. Ongeveer één derde van alle mensen in het Romeinse Rijk was
slaaf. ..................
g. Een slaaf kon zich soms vrijkopen. ........................
19. Beschrijf het diner
van een rijke Romein.
- Wie kookte er ?
- Wat werd er gegeten ?
- Hoe aten ze ?
20. Noem 4 handelsprodukten van de Romeinen.
Vragen die horen bij : de goden
21. Schrijf de belangrijkste Romeinse goden op en vertel welke functie ze hebben.
22. Welke god is dit ?

23. Bijna iedere dag werden er offers gebracht bij de tempels van de goden of bij een huisaltaar. Wat zijn offers ?
24. Welke god zouden de leraren het leukst gevonden hebben in die tijd ?
25. Waarom werden Christenen wel vervolgd (gestraft) door de Romeinen en andere godsdiensten niet ?
26. Welke Romeinse keizer was de eerste Christen ? Waarom werd hij Christen ?
Vragen die horen bij : bouwwerken
27. De Romeinen bouwden op sommige plaatsen aquaducten. Wat zijn dit ?

28. Welke functie had een forum ?
29. Noem 4 belangrijke bouwwerken die op het Forum Romanum staan.
30. Er is een tempel gebouwd voor alle goden.. Hoe heet die tempel ?
.jpg)
31. In Engeland staat nog een bijzonder bouwwerk van de Romeinen. Hoe wordt het genoemd ? Waarom werd het gebouwd ?