Na Rome is de stad Pompeï
de meest bekende Romeinse stad. Dat komt omdat deze stad in 79 na Christus
door een uitbarsting van een vulkaan onder as bedolven werd. Zodoende is er
veel bewaard gebleven van deze Romeinse stad, want later hebben archeologen
(mensen die spullen opgraven) de stad weer opgegraven. De vulkaan staat
er natuurlijk nog steeds. Het is de Vesuvius.
Hier zie je archeologen aan het
werk. Ze zijn bezig een Romeinse nederzetting (verblijfplaats) op te graven.
De aarde wordt laagje voor laagje verwijderd. Als archeologen wat vinden,
schrijven ze precies op wat ze gevonden hebben en waar ze het gevonden hebben.
Een flink karwei dus.
Het rode gedeelte geeft aan waar in Italië de stad Pompeï lag en
waar de Vesuvius ligt.
We hebben een ooggetuigeverslag
van de verschrikkelijke uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Christus. Want
de Romeinse schrijver Plinius logeerde toen juist bij zijn oom. Hij
schreef op : "Op 24 augustus, rond 1 uur 's middags, maakte mijn moeder
mijn oom op een rare wolk opmerkzaam. We begrepen eerst niet, maar later wel
dat deze van de Vesuvius kwam. De wolk leek op een pijnboom, omdat hij eerst
hoog opsteeg als een stam en daarna in takken uiteen waaierde." Al
snel kwamen de mensen in de stad in gevaar. Veel mensen konden op tijd vluchten.
Maar van de 20.000 inwoners stierven er toch nog 2.000. Ze stierven door verstikking,
instortende huizen of lavasteen. Pas 3 dagen later trok de rook een beetje
weg en was te zien dat de stad onleefbaar was geworden. De stad lag op een
afstand van 8,5 kilometer van de Vesuvius en de stad lag nu onder een 4 meter
dikke laag as en steen. 1800 Jaar later werd de stad langzaam beetje bij beetje
opgegraven.

Zo ziet de opgegraven stad Pompeï
er nu uit. Op de voorgrond zijn duidelijk de ruïnes (overblijfselen)
te zien. Het heeft meer dan 150 jaar geduurd om de stad weer voorzichtig op
te graven.
Hiernaast zie je een fresco.
Een fresco was een muurschildering. Dit fresco werd ontdekt op de muur van
een huis in Pompeï. De jonge vrouw houdt een schrijftablet in de ene
hand en een stylus in de andere. Men schilderde de fresco's op een pas gepleisterde
muur die nog vochtig was. De kleurstof drong door in het pleister en bleef
zitten terwijl alles droogde. Als de muur droog was, werd er een beschermlaag
op de muur aangebracht.
Opnieuw een fresco uit Pompeï.
Het werd ontdekt in een huis naast een bakkerswinkel. Lange tijd dacht men
dat de man Paquius Procolus heette, want die naam stond ook ergens op de muur.
Maar dat klopte niet, want die naam hoorde bij een verkiezingsposter. Het
was gewoon om een vrouw af te beelden met een stylus en een wastablet. Misschien
studeerde de man wel, omdat hij een papyrusrol met een rode zegel vast heeft.
Een opgegraven villa in Pompeï. De kamer is bezaaid met fresco's.
Overblijfselen van de stad Pompeï. Hiernaast zie je een weg, maar er
lopen stenen over. Deze stenen waren handig als het hard regende. Zo kon je
over de stenen lopen en dus geen natte voeten oplopen.
Opnieuw een weg, maar nu kun je nog duidelijk de sporen van wagenwielen zien
op de voorgrond. Langs de straten van Pompeï stonden allerlei winkels
en bars. De weg liep schuin af, zodat het regenwater en het rioolwater in
de goten liep.
Dit zijn 2 gipsen afgietsels van 2
slachtoffers. De mensen die door de ramp in 79 na Christus overleden, werden
langzaam door de aslaag keihard, waardoor we nu heel makkelijk een gipsen
afgietsel kunnen maken. Zo hebben de 2 slachtoffers gelegen toen ze dood gingen.
Klik op "Romeinen"
om in het hoofdmenu van de Romeinen te komen.