Kinderen en vrouwen in de
Romeinse tijd
Veel kinderen
werden als slaaf geboren. Als ze 6 of 7 jaar zijn, moesten ze al werken. Bijna
niemand ging naar school. Ook de kinderen die niet al te arm waren, moesten
hun ouders helpen bij hun werk. Toch kregen een paar (rijke) kinderen les.
Ze kregen les van hun vader, of van een huisleraar. Meestal was die leraar
dan een Griekse slaaf. Ze kregen les in rekenen, lezen en schrijven in het
Latijn en het Grieks. Als dat lukte, moesten de kinderen stukken uit boeken
uit hun hoofd leren, zoals van de Griekse dichter Homerus. Fouten maken
of niet opletten betekende flinke straf !
Een
Griekse slaaf geeft hier les aan 5 kinderen. De kinderen schreven op een houten
plankje met een dun laagje was erop. De leraar heeft een papyrusrol in zijn
handen en dicteert.
De Romeinse
kinderen speelden bekende spelletjes, zoals verstoppertje, tikkertje, hinkelen,
haasje-over, met poppen spelen, vliegeren, schommelen en blokken bouwen. Als
een kind geboren werd, kreeg een meisje na 8 dagen een naam en de jongens
pas na 9 dagen. Een meisje werd meestal naar haar vader genoemd. Dan veranderde
de laatste letters vaak in een "a". Bijvoorbeeld : De dochter van
Julius heette dus Julia, de dochter van Claudius dus Claudia
Sommige rijke
jongens en meisjes gingen vanaf hun zevende jaar naar school. Als ze 12 jaar
waren, mochten alleen de jongens nog verder leren. Meisjes trouwden rond hun
14 e jaar ! En zij mochten zelf niet kiezen met wie ze gingen trouwen. Hun
vader koos een geschikte man voor hen uit. De vader was trouwens in veel zaken
de baas. Hij werd de Pater Familias genoemd (Vader van de familie)
Je moest altijd naar hem luisteren. Ook de vrouw had weinig te zeggen. De
vader had zelfs het recht om zijn eigen kind te verkopen als slaaf als hij
dat nodig vond en in sommige gevallen had hij het recht om zijn kind te doden...
Vrouwen moesten voor de kinderen zorgen en een goede
echtgenote zijn. Ze gebruikten make-up en droegen een tuniek. Er waren maar
weinig beroepen voor de vrouw. Je kon priesteres, kapster, of arts worden,
maar de meeste vrouwen bleven thuis
Iedere grote
Romeinse stad kende vele zwembaden. Deze badhuizen werden thermen genoemd.
Rijke mensen hadden thuis ook een bad, maar je ging voor de gezelligheid naar
een badhuis. Zo'n badhuis zag er veel anders uit dan de zwembaden nu. Behalve
verschillende warme en koude baden was er ook een apart sportterrein. Daar
werden balspelen gehouden en werd met gewichten getraind. Mannen en vrouwen
gingen niet in hetzelfde zwembad. Er waren aparte ruimten voor mannen en vrouwen.
Om warm water te krijgen in een bad,
stookten slaven buiten het bad een vuur. De warme lucht werd onder de vloer
via buizen naar het zwembad vervoerd. De vloeren en de muren werden soms zo
heet, dat de mensen binnen klompen moesten dragen tegen de warmte.
In
Romeinse steden stonden speciale bouwwerken die gemaakt waren voor feesten,
wedstrijden, toneelstukken en grote shows. Vooral het theater, het wagenrennen
en het gladiatorengevecht was voor de Romeinen een leuk dagje uit. In Rome
staat nog een mooi overblijfsel van zo'n enorm theater. Het is het Colosseum.
Een foto
van het Colosseum nu. Het werd in 80 na Chr. door keizer Titus geopend.
Er konden 50.000 mensen in. Er waren 80 ingangen, dus iedereen kon er in een
paar minuten in. Waarschijnlijk konden ze met een groot zeil de bovenkant
dicht maken. In dit Colosseum vochten gladiatoren met elkaar op leven en dood.
Een
zeeslag in het Colosseum nagevochten. Binnen een paar minuten kon de zandpiste
met water gevuld worden. Het Colosseum wordt ook wel een amfitheater
genoemd.
Wagenmenners
waren jonge mannen die in wagens door 4 paarden getrokken werden. Ze droegen
de kleur van hun team. De teams moesten 7 rondjes maken.
De Romeinen
hielden van het wedden op paarden en wagenmenners konden miljonair worden.
De wagenmenners bonden de teugels van de paarden om hun middel, zodat ze niet
uit zijn handen konden glippen. Maar de strijdwagens waren erg licht en als
de wagenmenners er vanaf vielen, werden ze op de grond verder gesleept. Er
stierven er dan ook veel.
Hiernaast
een afbeelding van een gladiatorengevecht. Gladiatoren waren meestal
slaven of gevangenen. Ze kregen eerst een training om goed te leren vechten.
Als ze geluk hadden, bleven ze in leven en waren ze vrij. Maar bijna allemaal
stierven ze tijdens de opleiding of in het gevecht. Veel mensen kwamen kijken
naar het echte gevecht op leven en dood. Er waren verschillende soorten gladiatoren.
Hiernaast zie je een zwaarbewapende gladiator tegenover een Retarius.
Er is ooit een gladiator geweest, die 88 overwinningen behaalde ! 's Ochtends
kon je in de arena kijken naar dierengevechten.
Als een gladiator
verloor of gewond raakte, kon hij aan het publiek om genade vragen. Als hij
goed had gevochten, werd dat ook vaak gedaan. Maar als het publiek met hun
duim naar beneden wees en iugula (afmaken) riep, dan werd hij vermoord.
De bronzen helm van een gladiator was fraai versierd. De helm bood goede bescherming,
maar het was lastig om er doorheen te kijken.
De grootste renbaan voor wagenmenners was het Circus Maximus in Rome.
Er konden 250.000 mensen kijken ! Hiernaast een reconstructie (nagebouwd)
Rechtsboven zie je nog het Colosseum.
De Romeinen gingen ook graag naar
het theater. Er werden veel Griekse voorstellingen gegeven. De acteurs
waren bijna altijd mannen. Dit theater ligt in Orange (Frankrijk). Er kunnen
9000 mensen in. Er waren 3 deuren waar de acteurs naar binnen konden komen.
De meeste theaters hadden geen dak.
De acteurs (meestal Grieken) droegen
maskers met een grote mond. Ze moesten hard roepen, zodat iedereen het horen
kon. Ze moesten vaak meerdere rollen spelen. De beroemdste toneelschrijvers
waren Plautus en Terentius. Zij schreven komedies over mensen
waar je om kon lachen of waar je medelijden mee had.
Eten
en drinken in de Romeinse tijd
Vooral
in de winter was het moeilijk om verse groente en vers fruit te eten, want het
was er gewoon niet. Je kon het voedsel niet lang bewaren. er waren natuurlijk
geen vriezers of koelkasten ! Er waren wel manieren om het voedsel wat langer
te kunnen bewaren, zoals drogen, roken, inzouten of inmaken. Toch aten veel
Romeinen vaak bijna bedorven voedsel. Vandaar dat de Romeinen van sausjes hielden.
Deze sausjes zorgden nog voor een aangename smaak. De Romeinen kenden geen aardappelen,
sinaasappels, tomaten, citroenen, thee of koffie. In de morgen aten de Romeinen
water en brood. Het middageten bestond uit vlees, vis, fruit en wijn. De Rijke
Romein ging al om 2 of 3 uur 's middags naar huis. Dan begon het diner, de hoofdmaaltijd.
Het diner duurde vaak meerdere uren. Soms waren er vrienden uitgenodigd die
mee aten. Men kleedde zich om voor het diner en men at liggend op een bank.
De Romeinen gebruikten geen vorken, dus moesten de handen regelmatig gewassen
worden.

Rijke
Romeinen eten hier hun hoofdmaaltijd. Slaven kookten voor hen en vermaakten
de gasten met muziek, dans of andere voorstellingen.
Een kijkje in de Romeinse keuken.
Slaven kookten in ovens of op een fornuis. Groenten en kruiden werden opgehangen
om te drogen. Er stonden altijd wel een paar hele grote vaten van aardewerk
waarin meel, wijn, vlees of gedroogde groenten bewaard werden. Arme Romeinen
hadden geen keuken en kochten alles op straat. Er was veel brandgevaar tijdens
het koken.
Dit apparaat werd gebruikt om kruiden of andere produkten fijn te malen. Met
de stamper (wrijfsteen) drukte men de produkten in de kom fijn.
Hoe kwamen
de Romeinen aan al die produkten ? In de tijd van de Romeinen werd er veel
gehandeld. Hierboven staan de belangrijkste handelsprodukten uit die tijd.
(Helaas werden slaven gezien als voorwerpen) Dankzij de handel in die produkten
kwam er geld in omloop en kwamen er goede wegen.
Hierboven
en hiernaast zijn produkten afgebeeld,
die door Romeinse boeren verbouwd werden. Een groot boerenbedrijf werd een
villa genoemd. Rijke Romeinen bezaten meerdere boerderijen en lieten het werk
over aan opzichters en slaven.
In het Romeinse
Rijk was een derde deel van alle mensen een slaaf. Dus van 3 mensen was er
1 een slaaf. Je kon geboren worden als slaaf, of je werd slaaf omdat je gevochten
had tegen de Romeinen. Sommige slaven moesten hard werken, maar je kreeg als
slaaf wel een beetje salaris. Als je geluk had, kon je je misschien wel vrijkopen
als je genoeg gespaard had. En slaven van de keizer hadden een goed baantje
en een goed salaris !
Hier
worden 3 slaven vrijgemaakt. De slaven dragen de kap van de vrijheid op hun
hoofd. De Romein heeft een staf vast, die de vindicta heette. Als je
werd aangeraakt door deze staf, was je geen slaaf meer.
Sommige slaven droegen een naamplaatje om hun hals. Zo kon iedereen (die kon
lezen) zien van wie deze slaaf was.
De Romeinse huizen van de rijke mensen waren van steen.
Ze werden villa's genoemd.
Klik
op "Romeinen"
om in het hoofdmenu van de Romeinen te komen.