De volken
in het Romeinse Rijk hadden hun eigen goden. De Romeinen probeerden hun eigen
goden niet aan de andere volken op te dringen. De Romeinen hadden veel Goden,
net zoals de Grieken die hadden. Eigenlijk leken de Griekse en de Romeinse
goden op elkaar. De goden hadden allemaal hun eigen taak. Er was een god van
de oorlog, een god van de landbouw enz. Tijdens de keizertijd werden keizers
soms tijdens hun leven ook vereerd als god. Als ze dood gingen, werden ze
ook als een god beschouwd. Hieronder een beeld van de belangrijkste Romeinse
god. Hij heette Jupiter. (Bij de Grieken heette die Zeus) Er
waren veel vrouwelijke goden.

De koning
van de Romeinse goden was Jupiter. Hij was een luchtgod met als symbolen (herkenningstekens)
de adelaar en de bliksemschicht. Jupiter leek erg veel op de Griekse god Zeus.
Volgens de Romeinen woonde Zeus in de grote tempel op het Capitoleum
in Rome. Romeinen bouwden tempels voor alle goden en geloofden dat de goden
daar echt in leefden. Ze mochten vaak zelf niet in de tempel. In de tempel
stond een beeld, maar de Romeinen geloofden dat de god in het namaakbeeld
zat. Jupiter was de god van de donder, de bliksem en de Romeinse staat en
van alle mensen. Bij belangrijke (politieke) beslissingen ging men eerst naar
de tempel van Jupiter om raad te vragen.

De meeste
keizers werden na hun dood tot god verklaard. Deze tempel is gebouwd voor
keizer Augustus en zijn vrouw Livia. De tempel staat in Vienne
in Frankrijk. Veel Romeinse tempels zagen er zo uit. Ze lijken erg op de Griekse
tempels. Vaak werden er offers gebracht. Offers zijn een soort cadeaus
voor de goden, om ze te vriend te houden of blij te maken.

Hier nog
eens 4 belangrijke goden. Links zien we Jupiter opnieuw. Hij werd ook
wel "de grootste en de beste" genoemd. Zijn vrouw heette Juno
en was de beschermgodin van vrouwen. Als tweede zien we Apollo. Apollo
was een Griekse god, die door de Romeinen werd vereerd. Hij kon de toekomst
voorspellen en de Romeinen brachten hem offers om achter zijn geheimen te
komen. Als derde zien we Mithra(s). Deze god was eigenlijk de God van
het licht van de Perzen, een volk wat veel verder weg lag (nu Iran) De god
werd "meegenomen" door handelaren en soldaten naar Europa. Mithra
besliste, of je na je dood in de hemel of in de hel terecht kwam. Als laatste
zien we Neptunus. Hij was de god van het water en van de zee. Meestal
wordt hij afgebeeld met zijn driepuntige vork, de zogenaamde drietand.
.gif)
Deze god
heette Minerva en was de godin van de wijsheid, de ambachten (het werk),
kunst, wetenschap, handel en industrie. Volgens de Romeinen had ze muziekinstrumenten
uitgevonden. Ze wordt vaak met wapens afgebeeld, omdat ze soldaten in de oorlog
zou begeleiden. Ieder jaar werd van 19 tot 23 maart het feest van Minerva
gevierd. Leraren kregen dan hun jaarsalaris !
In veel Romeinse huizen stond een huisaltaar.
De pater familias (vader van de familie) bracht regelmatig offers aan
het altaar. Zo had ieder huis zijn eigen beschermgod(in)
Hieronder
staan de 10 belangrijkste Romeinse en Griekse godennamen. Er staat ook bij
welke functie de god vervulde :
1. Amor
2. Aurora
3. Ceres
4. Diana
5. Mars
6. Neptunus
7. Pluto
8. Sol
9. Venus
10.Vulcanus
1. Eros
2. Eos
3. Demeter
4. Artemis
5. Ares
6. Poseidon
7. Hades
8. Helios
9. Aphrodite
10.Hephaistos
1. god
v.d. liefde
2. godin v.d. dageraad
3. godin v.d. landbouw
4. godin v.d. jacht
5. god v.d. oorlog
6. god v.d. zee
7. god v.d. onderwereld
8. god v.d. zon
9. godin v.d. liefde
10.god v.h. vuur
Er waren
natuurlijk veel meer goden. Soms wisten de Romeinen zelf niet eens tot welke
god ze moesten bidden. Veel buitenlandse goden werden trouwens overgenomen
door de Romeinen, zoals de Perzische god Mithra(s) Meestal probeerden de Romeinen
iets gedaan te krijgen bij hun goden. Zo vroeg men wel eens aan een god bij
een altaar : "Als jij dat voor mij doet, dan bouw ik voor jou een altaar."
Soms werden er mensen vervloekt. De god kreeg dan de opdracht van een Romein
om iemand anders te laten sterven. Sommige vervloekingen werden achterstevoren
geschreven. slaoz ezed niz. Dan werkte de vloek nog beter.
Hiernaast
nog eens de god Mithras, die eigenlijk vanuit het huidige Iran door de Romeinse
soldaten en handelaren is meegenomen naar Rome. Hier slacht de god Mithra(s)
een stier. Volgens de Romeinen was het bloed van een stier de bron van al
het leven zijn.
Klik
op "Romeinen"
om weer in het hoofdmenu van de Romeinen te komen.
Hoewel de Romeinen andere godsdiensten met rust lieten,
was er toch 1 godsdienst, die verboden was. Het was het Christendom.
Deze kleine godsdienstige groep had andere ideeën dan de Romeinen en
de Christenen werden vaak gedwongen om hun godsdienst op te geven. Er zijn
een aantal redenen waarom de (joods) christelijke mensen gedwongen werden
:
1. Het Christendom geloofde als enige godsdienst in
1 god. Alle andere godsdiensten geloofden in die tijd (in Europa) in
meerdere goden.
2. De christelijke groep was klein en leefde apart.
Daardoor waren ze een makkelijke "zondebok"
3.
De Joods-Christelijke leer verbood de verering van andere goden en
van de keizers. De christenen weigerden dus de Romeinse goden te vereren.
4. De Christenen werden soms gedwongen om hun geloof
op te geven. Maar veel Christenen geloofden dat je dat niet moest doen, want
dan zou je niet in de hemel komen. Deze koppige houding van de Christenen
betekende vaak, dat er mensen alsnog vermoord werden. Je stierf dan als "martelaar".
In de Christelijke leer staat dat je dan (net zoals Jezus een martelaar was)
in de hemel kwam. Je eigen leven geven voor het Christendom was het "mooiste"
wat je kon doen als Christen....
Honderden jaren later werd het Christendom steeds belangrijker.
Het Romeinse rijk was inmiddels in 2 stukken verdeeld. Het Oostromeinse
Rijk en het Westromeinse Rijk. Na de dood van keizer Diocletianus begon
er een strijd om de macht over de Romeinse gebieden. Een van de 7 "vechters"
was Constantijn. Op een dag in 312 kreeg Constantijn een visioen (soort
droom). Hij was net in oorlog tegen zijn tegenstander Maximinius en Constantijn
droomde dat hij de schilden van zijn soldaten moest bekladden met Christelijke
symbolen (tekens). Omdat Constantijn erg godsdienstig was, deed hij dit. En
inderdaad won Constantijn deze belangrijke veldslag. Constantijn dacht dat
hij gewonnen had met de steun van de Christelijke god. Als bedankje besloot
hij in 313 dat de Christenen niet meer opgepakt mochten worden. Vanaf
nu af mocht je dus Christen zijn. In 324 zou hij zelfs al zijn vijanden hebben
overwonnen. Hij werd toen keizer over het hele Rijk.
Pas op zijn sterfbed besloot keizer Constantijn om
zelf ook Christen te worden. Hij was dus de eerste Christelijke keizer.