
Pan is de Natuurgod, de Herdersgod, die door velden en bossen dartelde. Hij werd geëerd door geitenhoeders en herders.
Wie zijn ouders waren is een beetje verwarrend. De ene keer is hij weer de zoon van Hermes en Penelope (de vrouw van Odysseus) dan weer van Zeus en de nimf Callisto en dan weer de zoon van Hermes en Amalthea.
Pan werd afgebeeld met bokkenpoten en de lichaam en het een hoofd van een man met horens erop. Hij was vaak het symbool van vruchtbaarheid omdat het zo'n wellustig wezen was. Vele eeuwen later maakten de Christenen hem tot duivel, Satan. Pan zat altijd achter de Nimfen aan en werd ook altijd verliefd op hen, maar deze vluchtten altijd voor hem want zij vonden hem afzichtelijk (lelijk).
Pans naam in het Latijn is Faunus. In een verhaal werd verteld dat Pan achter een kuise Nimf aanzat die Syrinx heette. Net toen hij haar wilde pakken, veranderde één van haar zusters haar in riet langs de rivier Ladon. Toen Pan niet wist welk stukje riet zij was, sneed hij enkele rietstengels af en maakte er een fluit van. Deze werd zijn handelsmerk, de Panfluit (een panfluit bestaat uit 7 pijpjes of meer van aflopende grootte).



Ondanks dat hij zo lelijk uiterlijk had en de meeste nimfen van hem wegvluchten, had Pan toch een paar kinderen: Iynx van de nimf Echo en Crotus van Eupheme.
Hij mocht nooit gezellig bij de Olympianen op visite maar mocht hen wel vermaken, want Pan kon heel mooi op zijn panfluit spelen. Zelf Hermes maakte de panfluit van Pan na. Het begrip "paniek" werd afgeleid van Pans naam en zijn karaktertrekken. Een reiziger die eens 's nachts door het bos liep, hoorde rare geluiden en werd hierdoor zo bang dat hij hierdoor in paniek raakte. Die rare geluiden werden natuurlijk veroorzaakt door Pan.
Klik HIER om naar de volgende god(in) te gaan.